MaM - Brugge
MaM - Brugge
Midden in Brugge huist een bijzondere plek waar creativiteit, techniek, leren en gemeenschap samenkomen: de Mind- and Makerspace (MaM). Wij spraken met oprichter Tijs, community-coördinator Jarno en vrijwilliger Dries over het ontstaan, de werking en de impact van deze unieke plek.
Voor we ingaan op jullie werking: kunnen jullie kort voorstellen hoe de MAM ontstaan is?
Tijs: Zeker. De Mind- and Makerspace is in 2019 opengegaan na twee jaar voorbereiding. Aanvankelijk wilden we, zoals veel hogescholen, een makerspace oprichten voor studenten. Maar we zijn bewust breder gegaan. MaM moest een knooppunt worden waar formeel en informeel leren samenkomen — een plek die niet alleen studenten bedient, maar ook burgers, freelancers, kunstenaars, jongeren, scholen en bedrijven.
Waarom die keuze om het zo breed aan te pakken?
Tijs: Omdat we geloven dat een hogeschool als kennisinstelling een maatschappelijke rol heeft. Onderwijs, onderzoek en dienstverlening zijn onze kerntaken, en met MaM willen we die laatste pijler echt actief invullen. Door onze deuren open te stellen, ontstaat kruisbestuiving: studenten leren van makers uit de praktijk, hobbyisten leren van studenten, en professionals worden uitgedaagd door andere perspectieven. Dat maakt de leerervaring rijker.
Hoe ziet de dagelijkse werking eruit?
Jarno: We werken met een team van zo’n tien vaste medewerkers en een veertigtal freelancers en vrijwilligers. Wij houden de ateliers draaiend, begeleiden gebruikers, vullen de workshopkalender, organiseren events en ondersteunen de community. Iedereen — student of niet — kan hier terecht in de open ateliers. We zorgen dat mensen zichzelf kunnen versterken, op hun eigen tempo en vanuit hun eigen motivatie.
Wat maakt MAM anders dan andere makerspaces?
Tijs: Veel makerspaces richten zich op een specifieke doelgroep of techniek, zoals houtbewerking of 3D-printing. Wij hanteren een brede, transversale visie. Het gaat bij ons niet om het product of de technologie, maar om de mens en zijn ontwikkeling. Creatief vermogen is de hefboom. Via het maken stimuleren we vaardigheden zoals zelfontplooiing, kritisch denken, samenwerking en initiatief nemen. Die vier vormen ook de kern van ons pedagogisch model.

Dat klinkt sterk educatief. Is dat jullie focus?
Jarno: Ja, maar niet in de klassieke zin. We bieden geen langdurige opleidingen, maar korte, laagdrempelige workshops — de MaM Basics — waarmee mensen zelfstandig aan de slag leren gaan. We willen prikkelen en activeren. Veel mensen komen binnen voor één concreet project, en blijven daarna hangen. Dat vinden wij het grootste compliment.
Hoe zit het met de interactie tussen studenten en externe bezoekers? Ontstaat daar geen concurrentie?
Jarno: Nee, integendeel. We hebben net bewust gemengde open ateliers, zodat interactie ontstaat. Studenten leren plannen en reserveren, en ontmoeten makers die vaak meer ervaring hebben met bepaalde machines. Die uitwisseling is goud waard. Het creëert een sfeer van gedeeld leren.
Welke types gebruikers zie je hier het vaakst terugkomen?
Dries: We hebben een trouwe community die wekelijks komt — mensen die hier hun plek gevonden hebben, projecten ontwikkelen, of kennis delen. Anderen komen enkel voor een korte periode of specifiek doel. En dan heb je de stille succesverhalen: mensen die via een school of workshop langskomen, iets ontdekken, en maanden later terugkeren om zelf aan iets te werken. Dát is voor ons impact.
Hoe zorgen jullie ervoor dat het laagdrempelig blijft?
Jarno: Door verschillende leerwegen aan te bieden. Sommigen volgen graag een workshop, anderen proberen liever zelfstandig met een instructiefiche. Voor sommige machines is een grondige uitleg nodig, voor andere volstaat een duwtje in de rug. En er is altijd iemand aanwezig om te helpen. Zo bouwen we zelfvertrouwen op, wat cruciaal is.

Hoe gaan jullie om met semi-professioneel gebruik? Wat als iemand bijvoorbeeld zijn eigen producten komt maken voor verkoop?
Tijs: We stimuleren ondernemerschap, maar bewaken ook onze missie. We voeren zelf geen opdrachten uit, en we laten productie op schaal niet toe. Het reservatiesysteem beperkt dat automatisch. Als iemand groeit, zoals een van onze gebruikers die later investeerde in een eigen machine, dan is dat perfect. Dan hebben wij onze rol als springplank vervuld.
Welke maatschappelijke rol zie je voor een plek als MAM?
Tijs: We zijn een publieke ruimte waar mensen hun talenten kunnen ontwikkelen, waar creativiteit tastbaar wordt, en waar informeel leren een volwaardige plaats krijgt. We vangen mensen op die elders moeilijk aansluiting vinden: mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren zonder hobby, vrijwilligers die opnieuw willen groeien. Soms leidt dat tot werk, vaak tot hernieuwd zelfvertrouwen. En dat is minstens even waardevol.
Wordt die meerwaarde ook voldoende erkend in financiering en beleid?
Tijs: Niet altijd. We vallen niet netjes in één beleidsvakje: we zijn onderwijs, innovatie, cultuur, welzijn. Dat maakt het moeilijk om structureel ondersteund te worden. Gelukkig is HoWest een sterke partner, maar het bredere model zou meer erkenning moeten krijgen. Makerspaces zijn geen hobbyplekjes. Ze zijn als sportclubs of muziekscholen: essentieel voor persoonlijke groei en maatschappelijke ontwikkeling.
Wat zouden jullie nog willen realiseren?
Jarno: Een waterjet zou mooi zijn. Maar vooral: een plek zoals deze moet even vanzelfsprekend worden als de muziekschool of sportclub. Voor jongeren die niet in klassieke systemen passen, moet maken een echte, toegankelijke optie zijn.
Tijs: Voor mij persoonlijk? Nog meer inzicht krijgen in wat we precies doen. We zien en voelen de impact, maar het is moeilijk te meten. Ik wil onze werking nog beter begrijpen, onderbouwen en uitdragen — zodat we kunnen blijven groeien, verbeteren en inspireren.

Foto's: MaM Brugge