Fablab Plus - Antwerpen
Fablab Plus - Antwerpen
In het hart van de stad bevindt zich een bijzondere maakleerplek: Fablab Plus van Stedelijk Onderwijs. Al tien jaar is het dé plek waar leerkrachten en leerlingen hun STEM- en techniekvaardigheden versterken. Kris Geelen vertelt ons meer over Fablab Plus.
Kunnen jullie kort schetsen wat Fablab Plus precies is en doet?
Kris: Zeker. We zijn officieel erkend door de Fab Foundation en bestaan nu ongeveer tien jaar. Oorspronkelijk maakten we deel uit van de ICT-dienst van het stedelijk secundair onderwijs in Antwerpen, maar intussen zijn we een overkoepelende ondersteuningsdienst voor alle stedelijke scholen. Elke woensdag organiseren we een openlabdag waarop iedereen – van studenten tot gepensioneerde kunstenaars – gratis gebruik kan maken van onze machines. Enkel het materiaal moet betaald worden.
Wat gebeurt er op zo’n openlabdag?
Kris: Het is een smeltkroes van mensen: studenten, kunstenaars, hobbyisten… Ze inspireren elkaar, helpen elkaar, en er ontstaat echt een community. Dat gebeurt allemaal spontaan, zonder vaste structuur of planning. Je ziet mensen groeien, letterlijk en figuurlijk. Iemand die eerst enkel een sticker wilde maken, komt weken later terug met een volledig eigen ontwerp voor een skateboard.
Dat klinkt alsof er veel meer gebeurt dan enkel techniek.
Kris: Absoluut. Maken is empoweren. Mensen worden zelfverzekerder door iets met hun handen en hoofd te realiseren. Falen maakt deel uit van het leerproces. In tegenstelling tot het onderwijssysteem, dat vaak inzet op het juiste antwoord, biedt een makerspace ruimte om te experimenteren. En dat werkt bevrijdend, zowel op creatief als sociaal vlak.
Iedereen leert maken
Wat is jullie relatie met het onderwijs?
Kris: Wij ondersteunen leerkrachten in STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics) en techniek, met een focus op ontwerpend leren. Daarbij werken we niet alleen op onze eigen locatie, maar ook in scholen zelf. Zo bouwen we expertise op binnen het onderwijsteam en zorgen we dat kennis blijft hangen. Toch is er nog werk: veel leerkrachten missen de technische basiskennis. Ze weten soms letterlijk het verschil niet tussen een nagel en een vijs.
Wie gebruikt het Fablab het meest?
Kris: Heel uiteenlopend publiek. Naast scholen zien we op de openlabdagen ook kunstenaars, gepensioneerden, studenten, makers zonder voorkennis… Iedereen komt hier samen. Sommigen leren elkaar zelfs de machines gebruiken. Dat zorgt voor kruisbestuiving tussen disciplines en leeftijden. We hebben zelfs modeontwerpers en ondernemers gehad die hier prototypen maken voor hun internationale klanten.
En hoe wordt dat allemaal gefinancierd?
Kris: We maken deel uit van het stedelijk onderwijs, en worden dus via dat systeem ondersteund. Ons team bestaat uit een drietal leerkrachten met een halve DKO-medewerker (Deeltijds Kunstonderwijs) erbij. Maar financiering blijft een uitdaging, zeker omdat beleidsmakers makerspaces soms nog als “hobbyclubs” zien. Terwijl wij net maatschappelijke meerwaarde bieden – we helpen mensen groeien, innoveren en zelfs ondernemerschap ontwikkelen.
Blik op de toekomst
Denken jullie dat fablabs een blijvend fenomeen zijn, of toch eerder een hype?
Kris: We horen die opmerking soms, maar ondertussen bestaat ons lab al tien jaar. Het begrip "makerspace" zit zelfs in de lift, blijkt uit recente studies. En met thema’s als duurzaamheid is het maken en herstellen van objecten relevanter dan ooit. Hier leer je niet alleen iets maken, je leert ook dat herstellen een skill is – en daar is steeds meer nood aan.
Hoe zit het met genderdiversiteit?
Kris: Heel goed eigenlijk. Zowel jongens, meisjes als non-binaire personen vinden hun weg naar het lab. Soms zie je zelfs meer meisjes in de workshops. En opvallend: meisjes werken vaak methodischer, terwijl jongens al eens sneller willen springen naar het eindresultaat. Maar iedereen leert hier van elkaar.
Wat is de grootste uitdaging voor de toekomst?
Kris: Erkenning. Makerspaces vallen tussen beleidsmatige stoelen: we zijn geen puur onderwijs, geen cultuur, geen innovatie – maar een beetje van alles. Daardoor is financiering en ondersteuning soms lastig. Toch dromen we van een toekomst waarin een kind zegt: “Ik ga naar de makerspace,” zoals anderen naar de voetbalclub gaan. Want iedereen is een maker. Alleen moet je de kans krijgen om dat te ontdekken.
