Stiel

Maakleerplekken

Overal in Vlaanderen vind je maakleerplekken. Wij gingen er op bezoek om met eigen ogen te zien wat er groeit, leeft en gemaakt wordt. 

In maakleerplekken komt vakmanschap tot leven. Het zijn open ateliers waar mensen samen leren, maken en kennis delen – met hoofd, hart en handen. Oude technieken krijgen er nieuw leven, nieuwe ideeën vorm.

Wat gebeurt er als mensen samen aan de slag gaan met hout, textiel, metaal of ideeën? Hoe worden kennis en kunde doorgegeven, en welke verhalen klinken er tussen de werkbanken? Een kijkje achter de schermen.

FabLab - Leuven

FabLab - Leuven

FabLab in Leuven is een makerspace, een plek waar mensen samenkomen om dingen te maken. We gingen in gesprek met manager Marc, die ons vertelt over de mooie én moeilijke dingen van het beheren van een makerspace. 

Kun je ons eerst kort uitleggen wat Fablab Leuven precies is en hoe het ontstaan is?

Marc van FabLab Leuven: FabLab Leuven is een makerspace, een werkplaats met een uitgebreid machinepark waar mensen – in ons geval vooral studenten – terechtkunnen om zelf dingen te maken. Het idee is ontstaan toen ingenieursstudenten in Leuven behoefte hadden aan een plek waar ze hun digitale ontwerpen konden realiseren. Tegelijk was de stad Leuven geïnteresseerd in het ondersteunen van een bredere makercultuur, zeker toen dingen als Maker Faires en DIY-tijdschriften opkwamen. Zo zijn KU Leuven en de stad samengekomen om dit fablab op te richten.

En jullie zijn dus verbonden aan de KU Leuven?

Marc: Ja, we zitten onder KU Leuven, maar we draaien eigenlijk als een zelfstandige KMO binnen die structuur. Dat betekent dat we financieel onafhankelijk opereren: geen vaste subsidies, geen structurele middelen van de universiteit of stad. Alles moet zelf gefinancierd worden via partnerschappen, machinegebruik, workshops, enzovoort. Dat maakt ons model uniek, maar ook kwetsbaar.

Van drankbonnetjes tot koekjesvormen

Wie komt er dan allemaal over de vloer bij jullie?

Marc: We zijn in de eerste plaats een studentenfablab, maar dat betekent niet alleen voor ingenieursstudenten. Natuurlijk zijn zij het best vertegenwoordigd, maar we zien ook studenten geneeskunde, rechten, psychologie, pedagogie… Die komen soms met de zotste ideeën, van drankbonnetjes tot koekjesvormen. Ongeveer 25% van onze studentengebruikers heeft geen directe link met wetenschap of techniek. Dat toont hoe breed die makercultuur leeft.

Is iedereen die hier iets maakt automatisch een ‘maker’?

Marc: Voor mij is een maker gewoon iemand die iets wil maken, punt. Dat hoeft geen groots of technologisch project te zijn. Iemand die drankbonnetjes uitlasert of koekvormpjes print om te bakken, is evenveel een maker als een ingenieur die een robot bouwt. Het gaat om het creatieve proces en de motivatie erachter. Wat ik wel merk, is dat er een groot verschil is tussen ‘makers’ en ‘repairers’. Die eerste groep wil vooral iets nieuws creëren, iets uit hun hoofd realiseren. Repairers hebben vaak een sociaal of ecologisch motief: ze willen iets een langer leven geven. We hebben vaak geprobeerd die groepen te verbinden, zoals fablabs en repaircafés, maar dat lukt zelden. De mindset is gewoon te verschillend.

Wat maakt Fablab Leuven anders dan andere fablabs of maakleerplekken?

Marc: Schaal en intensiteit. Wij draaien gemiddeld met honderd mensen per dag. Alleen al onze lasercutters worden jaarlijks door zo’n 10.000 mensen gebruikt. Veel andere fablabs, zelfs internationaal, zien vijf mensen op een dag. We hebben zes lasercutters, vijftig 3D-printers, vinylsnijders, CNC-machines en veel meer. Alles draait non-stop. Daarnaast werken we zonder reservatiesysteem: alles is op volgorde van binnenkomst. Dat zorgt voor transparantie en eerlijkheid, en studenten appreciëren dat enorm.

Hoe leren mensen dan met die machines werken?

Marc: We hebben een paar instructievideo’s online, maar het meeste leren ze gewoon hier, on the fly. De cultuur is er ook: studenten helpen elkaar. Zeker binnen richtingen zoals architectuur gaat kennisoverdracht razendsnel. Als er iets verandert aan de workflow, is dat binnen twee dagen ingeburgerd. In andere richtingen duurt dat soms weken.

Vrijheid om te maken

Zijn het enkel opdrachten voor school, of zie je ook andere projecten ontstaan?

Marc: Goeie vraag. We kijken daar zelf niet naar. We vragen nooit of iets voor een opdracht is of niet. Want hoe weet ik dat? Als een student een robotje maakt, hoe weet ik of dat voor een vak is of puur uit passie? Dus we laten alles toe, zolang het binnen het redelijke blijft. In rustige periodes zijn we soepel, maar als het druk is, vragen we wel eens of drankbonnetjes echt de prioriteit zijn. Toch zien we vaak dat het daar begint – iets banaals – maar dat het vonkje dan overslaat en mensen beginnen te experimenteren.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Marc: Ja, bijvoorbeeld de dochter van een rector hier. Ze studeerde psychologie, maar haar zus deed ingenieurswetenschappen en nam haar eens mee. Zij bakte graag koekjes, dus hebben we haar geleerd hoe ze haar eigen vormpjes kon printen. Dat vond ze zo leuk dat ze blijft terugkomen, zelfs na haar afstuderen. Dat soort verhalen zijn er veel. Of een gepensioneerde gebruiker, Swa, die met vier foto’s een WOII-jeep namaakt op de laser. Die man leeft daarvoor. Dinsdag is zijn vaste dag. Als hij die moet missen, moet er echt iets ernstigs aan de hand zijn. Voor hem is dit essentieel voor z’n geluk.

Dan zijn we bij die centrale vraag: maakt maken gelukkig?

Marc: Ja, daar zijn we echt van overtuigd. Niet voor iedereen, uiteraard, maar voor velen wel. Zeker als je frustratie kunt omzetten in een succeservaring. Maken draait rond proberen, falen, opnieuw proberen. In de wetenschap hebben we dat eigenlijk verleerd. STEM zou daar veel sterker op moeten inzetten. Kinderen zijn daar trouwens beter in dan volwassenen. Bij spaghettibrug-opdrachten winnen kinderen steevast van ingenieurs. Waarom? Omdat zij gewoon beginnen, dingen laten mislukken en leren. Terwijl ingenieurs eindeloos plannen en uiteindelijk één fragiele poging doen.

En het technisch onderwijs, hoe kijk je daarnaar?

Marc: Daar ben ik streng voor. Technisch onderwijs in Vlaanderen krijgt niet het respect, het geld of de middelen die het verdient. Er is bijvoorbeeld maar één goeie CNC-opleiding in heel Vlaanderen. Terwijl CNC vandaag essentieel is. Maar jongeren krijgen amper toegang tot degelijke machines. Er wordt te veel ingezet op theorie en niet op het 'voelen' van materiaal. Daar gaat zoveel waarde verloren. Terwijl net daar het verschil gemaakt wordt.

Uitdagingen

Hoe houd je het financieel draaiende?

Marc: Moeilijk. Zoals gezegd, we draaien zonder vaste subsidie. Alles moet binnenkomen via partnerschappen met faculteiten en andere inkomsten. Voor studenten van ingenieurswetenschappen en architectuur krijgen we budgetten van hun opleidingen, afhankelijk van hoeveel ze de machines gebruiken. Maar voor studenten uit richtingen zonder directe link – zoals rechten of psychologie – betaalt niemand.

En hoe zit het met professionele makers of kleine bedrijfjes?

Marc: Die laten we binnen onder duidelijke afspraken. In het begin betalen ze niets – ze zijn net gestart en hebben geen geld. Maar als ze doorgroeien, betalen ze een vast bedrag per uur voor machinegebruik. We hebben zo'n twintig van die bedrijfjes gehad. Sommigen zijn doorgegroeid tot succesvolle ondernemingen. Something Smooth, bijvoorbeeld, staat nu op Tomorrowland. Dat brengt ons 6.000 à 7.000 euro per jaar op. Dat helpt.

Zijn jullie nog betrokken bij het bredere Leuvense maaknetwerk, zoals Maakleerplek?

Marc: We zijn daaruit gestapt toen de stad koos om een eigen richting in te slaan. Ik heb daar altijd spijt van gehad, want splitsingen verzwakken het geheel. Als men morgen zegt: laten we de krachten terug bundelen, dan sta ik open, maar het moet wel efficiënt en realistisch zijn. Ik ben niet de diplomatische mens, maar wel rechtlijnig. En dat werkt niet altijd even vlot in politieke of academische structuren.

Wil je tot slot nog iets kwijt?

Marc: Maken is niet voor iedereen, maar wel voor veel meer mensen dan we denken. Angst is vaak de grootste drempel. Daarom moeten we laagdrempelig initiëren. Laat mensen iets maken dat snel resultaat geeft. Een figuurtje, een sleutelhanger, koekjesvorm… Als de microbe dan toeslaat, komt de rest vanzelf. Maar daarvoor moet je wel drempels verlagen, tijd investeren, en mensen écht iets laten ervaren.

Bedankt voor het interview, Marc!

Website FabLab - Leuven

Andere maakleerplekken

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 5 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 2 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Tracking 1 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden