Stiel

Maakleerplekken

Overal in Vlaanderen vind je maakleerplekken. Wij gingen er op bezoek om met eigen ogen te zien wat er groeit, leeft en gemaakt wordt. 

In maakleerplekken komt vakmanschap tot leven. Het zijn open ateliers waar mensen samen leren, maken en kennis delen – met hoofd, hart en handen. Oude technieken krijgen er nieuw leven, nieuwe ideeën vorm.

Wat gebeurt er als mensen samen aan de slag gaan met hout, textiel, metaal of ideeën? Hoe worden kennis en kunde doorgegeven, en welke verhalen klinken er tussen de werkbanken? Een kijkje achter de schermen.

Blikfabriek - Antwerpen

Blikfabriek - Antwerpen

In een leegstaande loods van 2.000 vierkante meter vind je nu een creatief dorp van ‘makers’. 72 kunstige meubelontwerpers, lassers, instrumentenbouwers en veel meer, delen er niet alleen machines maar ook kennis. Samenwerking tussen liefhebbers en professionals in de praktijk. Welkom in de Blikfabriek!

Rondom tegen de wanden van de loods van de voormalige Crown Packaging-fabriek zijn werkplekken ingericht. Dat zijn de persoonlijke ruimtes die de makers huren. Het begint met een aantal vierkante meter op de begane grond, maar ze breiden die allemaal uit in de hoogte. In de centrale ruimte is nog 1.300 vierkante meter vrij waar vrij te gebruiken machines staan.

Kunnen jullie kort schetsen wie jullie zijn en wat jullie doen binnen de Maakfabriek?

Robin: Ik ben verantwoordelijk voor het beheer en het secretariaatswerk van de Maakfabriek. Zelf ben ik ook maker, maar ik hou me tegenwoordig vooral bezig met de organisatie.

Wouter: Ik werk met staal. Ik maak maatwerk voor particulieren, musea en schrijnwerkers. Ik ben hier begonnen zonder veel ervaring, maar dankzij de Maakfabriek heb ik een zelfstandige zaak kunnen opbouwen.

Fokke: Ik was al sinds de opstart betrokken. Daarvoor heb ik vijf jaar lang als zelfstandige gewerkt, maar door economische omstandigheden ben ik gestopt. Toch kom ik nog dagelijks langs om kunstwerken en andere dingen te maken. De Maakfabriek is echt mijn habitat geworden.

Hoe is de Maakfabriek precies ontstaan?

Robin: Alles begon met de Blikfabriek, een leegstaande fabriek die door een projectontwikkelaar tijdelijk werd vrijgegeven voor experiment en gemeenschapsprojecten. Zo is de Maakfabriek ontstaan, geïnspireerd door gedeelde ateliers zoals ‘Het Vak’ in Borgerhout. Die hebben ons geholpen bij de opstart. Sindsdien groeit dit project organisch.

Voor wie is de Maakfabriek bedoeld?

Robin: Iedereen is welkom. We maken geen onderscheid op basis van ervaring of achtergrond. Het is een plek waar hobbyisten en professionals naast elkaar werken. De verdeling is ongeveer één derde professioneel, twee derde hobby.

Fokke: Wat ook belangrijk is: mensen die niet het kapitaal hebben om een eigen atelier of machinepark te starten, krijgen hier een kans. Dat maakt dit een sociaal waardevol project.

Welke infrastructuur delen jullie precies?

Wouter: Elk lid huurt een kleine ruimte, maar het echte werk gebeurt in de gemeenschappelijke hangar. We delen een machinepark en zorgen er samen voor via rollenbeurten voor onderhoud en opruim. We kopen gezamenlijk machines aan en leggen maandelijks geld in een gemeenschappelijke pot. Er is veel overleg, maar weinig hiërarchie.

Robin: Het bijzondere is dat we maar 1 euro huur per maand betalen aan de eigenaar. In ruil moeten we zelfvoorzienend zijn, en dus geen schulden maken. De huurinkomsten van de verschillende makers dekken de kosten. Het is geen winstmodel, maar een duurzame structuur.

Zijn er mensen of groepen die jullie moeilijker bereiken?

Robin: Ja. We merken dat de multiculturaliteit van Hoboken zich niet altijd weerspiegelt in onze gebruikersgroep. Mensen met een migratieachtergrond vinden niet altijd de weg naar hier. Ook mensen met zwaardere sociale of familiale problemen botsen soms op grenzen, want het is geen sociale instelling.

Wouter: Er is wel een diversiteit in gender, denk ik. Er is uiteraard geen bewuste exclusie, maar mensen moeten ons natuurlijk wel weten te vinden én actief aankloppen.

Maakt ‘maken’ mensen gelukkiger?

Fokke: Absoluut. In een wereld waarin iedereen veel achter een scherm zit, is dit een fysieke en creatieve uitlaatklep. Je moet niet gaan joggen na je werkdag – wij hebben onze beweging al gehad én iets tastbaars gecreëerd. Dat doet mentaal enorm veel.

Wat leer je hier, naast het technische aspect?

Robin: Samenwerken. Je leert flexibel zijn, kennis delen, en elkaar ondersteunen. Er is veel kruisbestuiving. Iedereen heeft een andere achtergrond en dat levert onverwachte ideeën en oplossingen op. Natuurlijk zijn er frustraties, zoals in elk maakproces, maar je bent hier nooit alleen in je mislukking.

Wouter: Je krijgt hulp voor je erom vraagt. En soms is een sociale babbel belangrijker dan een afgewerkt project.

Nieuwe technologieën

Hoe verhouden jullie je tot nieuwe technologie, zoals CNC-machines of 3D-printers?

Robin: Die hebben we hier niet. Alles is analoog. Geen touchscreens, geen schermen. Dat is niet bewust zo gestart, maar het werkt wel als tegengewicht in een digitale samenleving. Je voelt je materiaal, je werkt ermee. En ja, sommige jonge makers gaan op den duur elders verder om met CNC-machines te werken, maar dat begrijpen we. Het is een andere weg.

Heeft de Maakfabriek een rol gespeeld in het opstarten van professionele carrières?

Wouter: Zeker. Ik ben hier van nul begonnen en werk nu voor musea en galeries. Zonder deze plek had ik dat financieel nooit gekund. Ook anderen zijn van een tuinhuis met handgereedschap doorgegroeid naar café-inrichtingen en grotere projecten. De toegang tot gedeelde machines maakt dat mogelijk.

Worden jullie bedreigd door goedkopere alternatieven of digitalisering?

Fokke: Ja. Ik ben gestopt als zelfstandige omdat het moeilijker werd om te concurreren met jongere makers met computergestuurde machines. Maar dat dwingt je ook creatiever te worden. Ik richt me nu op handgemaakte deuren en artistieke installaties. Er zal altijd vraag blijven naar authenticiteit, hoop ik.

Linx+: Zien jullie samenwerking met andere fablabs of makerspaces zitten?

Robin: Zeker. Er zit hier vlakbij een Fablab van KdG (Karel de Grote Hogeschool). Fysiek contact is er nog niet, maar het zou waardevol zijn. Wij doen het grovere, tactiele werk – zij het fijnere, digitale. Er zit veel potentieel in die kruisbestuiving.

Laatste vraag: wat maakt deze plek zo bijzonder?

Wouter: Het is een plek zonder schermen. Een plek waar je materiaal voelt, waar je mislukt, bijleert, samenwerkt, en groeit. Een plek die je mentaal gezond houdt. Niet iedereen hoeft maker te worden, maar iedereen zou het eens moeten proberen.

Andere maakleerplekken

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 5 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 2 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Tracking 1 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden