(0)

Openingsuren:

Bookmark and Share

Rode Vedetten: Mandela, Neruda, Boon, Brecht, Wilchar, ...

Enkele rode vedetten worden hier extra onder de aandacht gebracht omdat ze reeds veel betekend hebben in de rode geschiedenis.

Nelson Mandela

Nelson Mandela werd geboren op 18 juli 1918 in Mvezo, Zuid-Afrika. Hij was de eerste zwar-te president van Zuid-Afrika en regeerde van 1994 tot 1999.Mandela wordt alom gerespecteerd om zijn volhardende strijd tegen de apartheid. Mandela was van 1991 tot 1997 voorzitter van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC).

In het zogenaamde Rivonia-proces (d.i een rechtszaak in Zuid-Afrika in 1964 waar tien opponenten, onder wie Nelson Mandela, van de apartheid in het land terechtstonden) kreeg hij, als leider van de militaire vleugen van het ANC, een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Een straf die hij voornamelijk heeft uitgezeten op Robbeneiland, waar hij een symbool werd voor de wereldwijde antiapartheidsbeweging geleid door het ANC. Zijn gevangenisnummer 46664 werd jaren later het symbool voor zijn aidsbestrijdingproject.

In 1969 kwam zijn oudste zoon om het leven bij een auto-ongeluk. Mandela kreeg geen toe-stemming om de begrafenis bij te wonen. In 2005 overleed zijn zoon Makgatho Mandela aan aids. Op een persconferentie om het nieuws wereldkundig te maken, en om aan te dringen op meer openheid rond aids zei Mandela: “Het is de enige manier waarop dit een gewone ziekte zal worden, niet zoals tuberculose en kanker”.

Mandela werd vrijgelaten op 11 februari 1990, na ruim 27 jaar gevangenschap. Het verbod van het ANC werd opgegeven en Mandela werd in juli 1991 unaniem verkozen tot voorzitter. In februari 1994 werd besloten om in de daaropvolgende winter vrije, niet-raciale verkiezin-gen te houden, om zo tot een nationale eenheidsregering te komen. Een regering waarvan Mandela president werd.

Louis Paul Boon

Louis Paul Boon werd in Aalst geboren op 15 maart 1912. Hij overleed op 10 mei 1979. Kenmerkend voor Boon was zijn volkse aard. In 1939 schreef Boon een tekst bij door hem gemaakte linosneden, in perfecte kopie uitgegeven in 1969, onder de titel ‘3 mensen tussen muren’. Het verhaal vormde tevens de basis voor zijn eerste roman De voorstad groeit, die in 1942 met de Leo J. Krynprijs werd bekroond. Boons dubbeltalent zou in zijn gehele carrière als schrijver (vooral) en schilder tot een geweldige productie leiden, met name in de jaren vijftig en zeventig (qua schrijfwerk) en de jaren zestig en zeventig (qua schilder- en beeldhouwwerk).

Aangezien zijn boeken in Vlaanderen slecht werden ontvangen en slecht verkochten, werd zijn meesterwerk De Kapellekensbaan door uitgeverij Manteau geweigerd. Mijn kleine oorlog (1946) was het laatste boek dat Boon bij Manteau publiceerde. In dat werk verwerkte hij zijn oorlogservaringen van de meidagen van 1940. In 1952 verscheen zijn eerste uitgave in Nederland, Twee Spoken bij de Arbeiderspers.

‘De Kapellekensbaan’ en ‘Menuet’ zijn Boons meest vertaalde romans. De eerstgenoemde verscheen o.a. in het Duits, het Engels, het Noors, het Zweeds, het Pools, het Frans en het Spaans. De laatstgenoemde in o.a. het Zweeds, Hongaars, Portugees, Duits, Deens en Italiaans. In de jaren zestig werden door Boon nauwelijks nieuwe boeken gepubliceerd. Wel verschenen er meerdere bundels met cursiefjes die hij voor het Gentse dagblad Vooruit schreef.

In de jaren zeventig publiceerde Boon enkele historisch georiënteerde romans. In 1971 verscheen Pieter Daens, over het socialisme aan het einde van de 19e eeuw in de stad Aalst. De Zwarte Hand (1976) gaat over de ‘anarchisten’ die Aalst aan het begin van de twintigste eeuw onveilig maakten en schetst het ‘dubbelleven’ van een erotisch ontspoorde politieman. Postuum verschenen o.a. Het Geuzenboek (1979) en Eros en de eenzame man (1980) dat Boon op zijn 67ste verjaardag voltooide, iets minder dan twee maanden voor zijn dood.

Leestips

In 1955, de oorlog is halfbelegen, geeft de nv De Arbeiderspers ‘Wapenbroeders’ uit. Boon schreef zijn ‘Reinaert’stukjes na zijn breuk met de communistische partij. Zijn satire op Belgische toestanden – Nobelgië – wordt hem niet in dank afgenomen door zijn rode kameraden van weleer. Isengrimus,  de eeuwige underdog, gaat ten onder in een wereld waar het recht op bek en klauw heerst. Enkel de vos overleeft door sluwheid uit noodzaak.

Kwestie van de ondraaglijkheid van extreme boeken te verteren: lees afwisselend een hoofdstukje uit ‘Mieke Maaike’ en een hoofdstuk in ‘Pieter Daens’.
Het is gekend: de ‘tsjeven’ – katholiek Vlaanderen anno 1971 – bejubelen Boon omwille van ‘Pieter Daens’. De repliek van Boontje op deze ongewenste intimiteiten is gekend: ‘Mieke Maaike’s obscene jeugd’. Porno als burlesque met student Steivekleut en pastoors als souteneurs-soutaneurs, bekroond met de Staatsprijs voor Literatuur. Daens bedoelen we.

In de ‘Kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat’ (1956) voert Boon  de man met de bleke regenjas op. De kleine Eva – één van Boons Lolitas – is vermoord en misbruikt (?). Het is een beklijvend verhaal-gedicht over krom (volks)gerecht. Een aanrader ook als ‘opstap’ naar Boons oeuvre.

Lees ook en passant nog het ‘Geuzenboek’. Volg Boontje op zijn duizendste treinreis tussen het stadsarchief van Antwerpen en Hondschoote of Haarlem. Met zijn neus in het boekenstof. Zoals die andere boekengeus: Erich Kuttner met zijn ‘Het hongerjaar 1566’. Jood en marxist, op de vlucht voor de gestapo meteen na 1933 en geland in Amsterdam, waar hij weggedoken schrijft. En nadien opgepakt en ‘op de vlucht neergeschoten’ in Mauthausen. Die geuzen, allemaal ‘op de vlucht neergeschoten’, zoals ook Boontje.

Volg Boontje in 1946 in Brussel, op wandel door de Marollen, met zijn jeugdvrienden Willem M.Roggeman en Bert Van Hoorick. De Noord-Zuidverbinding en het ondergrondse Brussel-Centraal moeten nog ‘getrokken’ en opengebroken worden. Lees zijn stukjes daarover in ‘Brussel, een oerwoud’. ‘Vergeten straat’ schrijft hij later.

Abstractie gemaakt van ‘Soeur Sourire’, hoeveel Belgen zijn er ooit genomineerd geweest voor een Nobelprijs? Eén culturele.
Times Literary Supplement schreef: ‘Deze roman - een kandidaat voor de Nobelprijs – is controversieel geweest zoals alleen boeken die hun tijd vóór zijn, dat kunnen. En ook nu experimenteel schrijven normaal is, heeft dit boek niets van zijn frisheid en vitaliteit verloren’.
Lees ‘De Kapellekensbaan’ en ‘Zomer te Ter-Muren’.

Pablo Neruda

Pablo Neruda is het pseudoniem van de Chileense dichter Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto. Hij werd geboren op 12 juli 1904 in Parral, een stad ongeveer 300 km ten zuiden van Santiago. Neruda overleed in Santiago op 23 september 1973.

Op zijn 13de stuurde Neruda een aantal van zijn gedichten naar de lokale krant, La Mañana. In 1920 stuurde hij meer gedichten naar het literaire blad Selva Austral, onder het pseudoniem ‘Pablo Neruda’.

Een bekend werk van Pablo Neruda is Canto General (1950), dat ook in het Nederlands is vertaald. Canto General is een uitgebreid werk over Noord- en Latijns-Amerika. Hij schreef dit als banneling, terwijl hij zich verborgen hield in 1948 en 1949. Neruda kreeg in 1945 de Premio Nacional de Literatura de Chile en in 1971 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor de Literatuur.

Neruda overleed aan een hartaanval in 1973. Zijn overlijden vond plaats twaalf dagen na de gewelddadige dood van zijn vriend Salvador Allende, de gekozen democratische president van Chili die bij een bloedige anticommunistische, militaire coup op 11 september 1973 om het leven kwam.

Neruda’s huizen in Santiago (La Chascona), Valparaíso (La Sebastiana) en Isla Negra zijn tegenwoordig opengesteld voor bezoekers. Zijn kunstwerken en bezittingen zijn er tentoongesteld.

Enkele werken:
- 1950: Canto General Ned. vert. 1984 door Mark Braet, Willy Spillenbeen en Bart Vonck, Rainbow Pocketsboek 30, ISBN 90-6766-030-2
- 1974: Ik beken ik heb geleefd – herinneringen verzorgd door Matilde Neruda en Miguel Otero Silva, Ned. vert. van Robert Lemm, Eerste druk in 1975 in twee delen bij Uitgeverij De Arbeidspers; Tweede druk: Uitg. Prometheus, 2002 (ISBN 90-446-0154-7)
- 1959: Honderd liefdessonnetten bevat ook de oorspronkelijke Spaanstalige gedichten; Ned. vert. van Catharina Blaauwendraad, 2003 Uitg. Prometheus (ISBN 90-446-0299-3)

Leestips

Wie met Neruda’s oeuvre wil kennismaken, start best bij ‘De mooiste van Neruda’, een Lannoo-Atlas-uitgave .Ook al samengesteld door Koen Stassijns en Ivo Van Strijtem. In de inleiding schrijft Barber van de Pol dat Neruda de geschiedenis inging als ‘grote, slechte dichter’en dit om diverse redenen. Zijn keuze om in de jaren vijftig blindelings Stalin achterna te lopen en te vereren, is nog maar één van de vele redenen. Hij had moeten of kunnen weten dat de berg lijken die na de roemruchte Stalinprocessen tevoorschijn kwam  niet te overschouwen was.

Ook zijn autobiografie ‘Ik beken ik heb geleefd’ deed geen deugd aan zijn reputatie. Dit boek zijn twee boekdelen vol op borst-geklop, op de eigen beroemde daden, maar haaks op zijn ideologische keuze voor ‘de gewone man’.

Een absolute aanrader is het postuum uitgegeven ‘Libro de las preguntas’ (boek der vragen) een uitgave ‘In de Knipscheer’ (Haarlem). Het behoort (naar mijn smaak) tot zijn beste poëzie, geen kreten, geen slogans deze keer, maar bijna 80 bladzijden met vragen zoals alleen een kind ze kan bedenken.

Linx+ activiteiten uit het verleden

Linx+ was in 2004 co-organisator van ‘el centenario’, de viering van de 100ste verjaardag van Neruda. De mede-organisatoren waren het Masereelfonds, Amarant en de provincies Oost- en West-Vlaanderen. De hommage resulteerde finaal in zo’n 300 Neruda-activiteiten verspreid over gans Vlaanderen. Dit was een redelijk straffe prestatie, al zeggen we het zelf. Het resulteerde onder andere in de mobiele expo ‘Marinero en tierra’ (zeeman te land), een omschrijving waarmee Neruda zichzelf nogal eens portretteerde. Het resulteerde in een originele catalogus bij die expo, met name een kaartspel (co-uitgave met co-Libro). 

Wilchar

Wilchar werd geboren in Sint-Gillis op 1 november 1910 als Wilhelm Joseph Pauwels. Hij overleed op 28 juni 2005 aan een hersenbloeding.
Hij was rebels en anarchistisch. Hij revolteerde tegen kerk, kapitaal, koning en kunsthandelaars. Hij noemde zichzelf een proletarisch artiest die het opneemt voor de verworpenen der aarde. Eén van zijn favoriete uitspraken was ‘l’art pour lard’, de kunst ten dienste van het gewin.

Zijn vader was betrokken bij de sociale strijd en Wilchars jeugd wordt dan ook getekend door de eisen van de arbeidersklasse. Dit zal zijn kunstenaarsloopbaan en zijn leven fundamenteel beïnvloeden; het engagement wordt voor hem een essentieel gegeven.
Vanaf 1933 ontwierp hij affiches voor de socialistische en communistische partij en groeide hij uit tot een van de belangrijkst ontwerpers van politieke affiches in België.

In 1939 wordt Wilchar gemobiliseerd. Hij neemt deel aan de achttiendaagse veldtocht in mei 1940.
In 1941 stichtte hij, samen met enkele bevriende kunstenaars, de verzetsgroep Contact. Hij publiceerde het enige Belgische clandestiene culturele tijdschrift “Art et Liberté”, een blaadje dat positie neemt tegen het nazisme.
Wilchar betaalt een zware tol voor zijn engagement en zijn verbeten strijd tegen het fascisme. Hij werd op 2 april 1943 aangehouden op verdenking van communistische sympathieën en werd gedurende twee maanden opgesloten in het kamp van Breendonk.
In dat kamp werden tijdens de oorlog alle verzetsstrijders opgesloten. Het fungeerde als doorgangskamp naar de concentratiekampen en de facto als vernietigingskamp door uitputting en executie..

Zoals de andere overlevenden, kwam hij gekweld uit deze gevangenschap. Nog tijdens de bezetting begon hij aquarelschilderingen te maken over de gruwel en de wantoestanden in het fort. Vanaf zijn bevrijding in 1945, begon hij te schilderen aan 32 gouaches die de hel beschrijven waarin de gevangenen moesten leven. Deze werken verschenen in 1946. Ze zouden in het Breendonk Memoriaal bestendig tentoongesteld worden. Samen met de schetsen van Jacques Ochs, leggen deze werken de gruwel vast van het kampleven in het Fort van Breendonk.

Linx+ (Culturele Centrale) organiseerde in het Gentse Caermersklooster, ism de provincie Oost-Vlaanderen, een drukbezochte overzichtstentoontstelling.
Daarna ging deze op tournee door Vlaanderen.
De bijhorende catalogus ‘Wilchar*Superstar’ is nog in beperkte voorraad beschikbaar.
Daarnaast gaf het Amsab-ISG Gent een catalogus uit met de politieke affiches van Wilchar. Deze laatste is uitgeput.

Tot slot: bezoek het Wilcharmuseum in het gemeentelijk centrum ‘De grote sleutel’ in  Beersel (Alsemberg) in het golvende Pajottenland. Contacteer de toeristische dienst van Beersel voor een (groeps)bezoek.

Bertolt Brecht, de grootste Duitse dichter, geldwolf, rokkenjager en … emigrant aller tijden

De titel is een variatie op een omschrijving die Geert Van Istendael de door hem bewonderde dichter gaf. Een variatie in de zin van ‘emigrant’ niet in zijn lijstje voorkwam. Ten onrechte o.i. als je het onderstaande leest. Versta ‘emigrant’ als ‘politiek vluchteling’ in het geval van onze vriend Brecht.

Eugen Berthold Friedrich (Bertolt) Brecht werd geboren in Augsburg op 10 februari 1898 en overleed in Oost- Berlijn op 14 augustus 1956. Hij was niet alleen dichter , maar ook (toneel)schrijver, toneelregisseur en literatuurcriticus. Zijn werk was sterk politiek geëngageerd. Brecht wordt gezien als de grondlegger van het episch theater, theater dat wil leren, theater dat wil doen nadoen, theater dat mikt op maatschappelijke verandering…!

In 1920 sluit Brecht vriendschap met de in die tijd bekende Duitse cabaretier Karl Valentin. Vanaf die tijd reist Brecht regelmatig van Augsburg naar Berlijn om zijn netwerk in de toneelwereld op te bouwen. In 1924 verhuizen de Brechts naar Berlijn, in die tijd de onbetwistbare culturele bruisende hoofdstad van Europa. Al direct in dat jaar regisseert hij zijn eerste stuk in het Max Reinhardt Theater. De tweede helft van de jaren twintig kunnen we zien als de periode van politieke bewustwording van Brecht. Hoewel hij nooit lid zal worden van enige partij, wordt hij gegrepen door het communisme. Zijn werk komt meer en meer in het teken van de politiek te staan.

In 1933 – het jaar van Hitlers machtsgreep -  wordt de opvoering van Brechts stuk ‘De Maatregel’ ruw verstoord door de politie. De organisatoren, waaronder Brecht, worden vervolgd wegens hoogverraad. Op 28 februari 1933, één dag nadat de Reichstag deels in vlammen is opgegaan, vluchten Brecht, zijn familie en vrienden uit Berlijn en komen uiteindelijk in Svendborg , een Deens eiland vlak voor de kust van Duitsland terecht. Hier zal Brecht 5 jaar noodgedwongen blijven, zijn blik op Duitsland, zijn Duitsland gericht. In mei 1933 worden de werken van Brecht in Duitsland tot verboden literatuur verklaard. Ze vallen ten prooi aan de boekverbranding door de nazi’s op de Bebelplatz in Berlijn.

In 1939 moet Brecht ook Denemarken ontvluchten, vanwege de sterke oorlogsdreiging. Hij woont een jaar vlakbij Stockholm en vertrekt in mei naar Helsinki. Gedurende zijn ballingschap uit Brecht in zijn stukken nooit expliciet kritiek op de overheid, de staat of de maatschappij. Voor de goede verstaander is die kritiek echter nog steeds aanwezig.

In 1941 vlucht Brecht vanuit Finland naar Vladivostok, omwille van de oprukkende nazi’s. Maar in Moskou voelt hij zich allesbehalve veilig en beslist om van daaruit per schip te vertrekken naar de Verenigde Staten. Hij neemt zijn intrek neemt in Santa Monica, vlakbij Hollywood.

Hij is niet alleen als politiek vluchteling in de VS, ook Hans Eisler om er maar één te noemen, verblijft daar noodgedwongen.

Vlakbij na het einde van de tweede wereldoorlog barst de zgn. ‘Koude Oorlog’ los. De jacht op de interne vijand, de communisten, wordt in de VS in alle hevigheid geleid door MCarthy en zijn commissie. Je raadt het nooit, maar bv ook een Charlie Chaplin moet zich voor die commissie verantwoorden vanwege vermeende communistische sympathiën. Brecht speelt het slim, op zijn Brechts. Hij gaat vrijuit in de commissie, maar vindt het toch bijzonder warm worden onder zijn voeten.

Begin 1949 vlucht Brecht met een Tsjechisch paspoort via Praag naar Oost-Berlijn, waar hij met alle egards door de Oostduitse communisten wordt ontvangen. Hij neemt zijn intrek in het huis dat later bekend wordt als het Brechthuis, in de wijk Weißensee. In Oost-Berlijn leeft hij een rustig en relatief luxe leven. In het jaar van aankomst richt hij samen met zijn vrouw Helene Weigel het Berliner Ensemble op.

Op de arbeidersopstand van 1953 reageert hij met een gedicht. Zie hierover onze leestips.

Vlak voor zijn door mag hij – in 1955 – nog de Stalin-Vredesprijs in ontvangst nemen.
Zijn literaire erfenis parkeerde hij veilig en wel buiten het toenmalige Oost-Duitsland …

Leestips

Begin met Lannoo’s ‘De mooiste van  Brecht’, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo Van Strijtem met een stevige inleiding door professor Daniel de Vin.

Lees zeker en vast ook de ‘Svendborgse gedichten’. Meteen in 1933, de dag na de brand in de Rijksdag,  wordt het erg warm onder Brechts voeten. Zijn boeken worden verbrand op de Bebelplatz (aanrader bij een bezoek aan Berlijn!) en Brecht verblijft van juni 1933 tot april 1939 in Denemarken, op het eiland Svendborg, vlak voor de Duitse kust. Maar ook daar wordt het te warm , de oorlog dreigt.

Lees de Svendborgse gedichten die Brecht schreef over ‘der Anstreicher’, die zondagsschilder met het snorretje.
Het is ook op Svendborg dat Brecht zijn wereldberoemde ‘Driestuiversroman’(Dreigroschenoper) schrijft.
Op de achterflap (Sunschrift 141 uit 1980): ‘ het is een schelmenroman, een ironische weergave van de moraal van het zakendoen, van de vloeiende overgangen tussen roof en legale uitbuiting. En en passant wordt ook de burgerlijke moraal op de korrel genomen: liefde, huwelijk, abortus en prostitutie, ze passeren allemaal de revue‘.

Lees ook de kortverhalen in ‘De trofeeën van Lucullus’ (1949 – De Bezige Bij), de postuum uitgegeven ‘De verhalen (Meulenhoff). Je komt er onder andere Uilenspiegel in tegen.

Ook de moeite waard is het ‘Leesboek voor stadsbewoners’ en ‘Van de arme B.B‘.
En als uitsmijter: vergeet niet ‘Raadgevingen van een oudere hoer aan een jongere’ te lezen.

Gedichten

De wielwissel
Ik zit op de berm van de weg.
De chauffeur wisselt het wiel.
Ik ben niet graag waar ik vandaan kom.
Ik ben niet graag waar ik naartoe ga.
Waarom bekijk ik de wielwissel
Met ongedult?

De oplossing
Na de opstand van 17 juni
Liet de secretaresse van de Schrijversbond
In de Stalinallee pamfletten uitdelen
Waarop te lezen stond dat het volk
Het vertrouwen van de regering verspeeld had
En het alleen door dubbel zo hard te werken
Terug kon winnen. Zou het toch niet
Eenvoudiger zijn als de regering
Het volk ontbond en
Er een ander koos?

Beide gedichten illustreren op een briljante manier hoe Brecht tussen twee stoelen terecht kwam: gevlucht uit het vooroorlogse Duitsland en uiteindelijk terug in het opgedeelde Duitsland, in Oost-Berlijn waar in 1953 de bouwvakarbeiders de politiek van de ‘arbeidersstaat’ niet langer meer pikken. Brecht, theaterarbeider, speelde het subtieler.

Zoek op trefwoord

rode cultuur

Terug Top